Terugblik: De molen van mijn opa

Als ik nu een molen zie, dan denk ik weer aan de molen van mijn opa. Ik koester de molen, die in achttienhonderd en negentig door mijn opa werd gebouwd. Hij werd vanwege de “Beerse Overlaat“ op een heuvel geplaatst.
Ik weet het nog zo goed, daar op die bovenste zolder waar het daglicht spaarzaam, maar speels door kleine ramen binnenviel en sprookjesachtige figuren toverde. De plek die bij nacht omgetoverd bleek te worden tot een spookzolder. Want als alles stil was in de molen, meende mijn opa juist op die plaats klopgeluiden te horen. Niemand waagde het om die zolder dan te betreden, ook mijn opa niet.

Vanaf de lagere school kon je hem zien draaien. Als de molen in werking was, zei de meester altijd: “Zie de molenaar maalt het graan en de bakker bakt het brood.” Ook denk ik er nog vaak aan, dat ik als kind daar speelde met mijn vriendjes. Zo wit als sneeuwmannen liepen we op de maalzolder, waar zich de stenen bevonden om het graan tot meel te malen. Waar opa met zijn handen het meel omklemde en het ons trots toonde, en er dan snel in blies. Ook moesten we vaak van opa lege zakken sorteren.
In gedachten zie ik nog steeds de boeren die met paard en wagen daar wachtten tot ze aan de beurt waren om hun graan te laten malen. Ze hadden toen alle tijd voor een praatje. Rond de molen vlogen de duiven af en aan op zoek naar voedsel.

Helaas is dit allemaal verleden tijd, want de molen is jaren geleden door brand verloren gegaan.