Kerkje spelen, Annie Gerrits

Wat we vaak speelden, was kerkje. Zo ook die ene keer op een zondag in de kersttijd. Mijn broer en ik waren met moeder thuis. Vader was naar het lof met de oudere broers en zus. We mochten van moeder kerk spelen, in de huiskamer. Een mooi eigengemaakt kerststalletje stond in een hoek van de kamer op een tafeltje, met een kerstboompje er schuin langs. De kerstfiguurtjes stonden vredig in en om het stalletje met ertussendoor mos, stro en kleine dotjes watten die sneeuw voor moesten stellen. Boven op het houten stalletje lag stro met ook sneeuw. In de kerstboom stonden de kaarsjes in mooie goudkleurige knijpers. Verder was de boom versierd met zilveren sliertjes.

We bouwden bij de boom een altaar: een tafeltje met een wit laken erover. Daarvoor maakten we een verhoging voor de priester. We kregen zelfs pepermuntjes. Geen wijn, daarvoor kregen we aanmaaklimonade. Mijn broer was natuurlijk de priester. Hij kon het heel goed, de manier hoe hij zijn handen omhoog hield met de vingers tegen elkaar aan. Ik was misdienaar en samen waren we koster. We speelden het spel heel ernstig en er werd niet met pepermuntjes gegooid of met ranja geknoeid. De pepermuntjes werden plechtig op de punt van de tong gelegd. De priester dronk alleen de limonade op. We hadden voor we begonnen de kaarsjes in de boom aangestoken, dat konden we doen omdat moeder intussen in de stoel een dutje deed. Na afloop van de dienst moesten deze natuurlijk uitgeblazen worden. Mijn broer kreeg het idee hiervoor een schaar te gebruiken. We zouden om beurten een kaarsje uitknippen, mijn broer eerst. Hij knipte midden door een vlammetje waardoor dit op de schaar kwam te liggen en toen hij daarmee langs een dot watten kwam, pakte deze vuur. Van schrik begonnen we te roepen waardoor moeder wakker werd. Die greep het laken van ons altaar en gooide dit over de boom en het stalletje. Een natte dweil werd gehaald en wij moesten water in een bak pompen. Alles moest vlug gebeuren, gepraat werd er niet. Zo heeft moeder erger kunnen voorkomen. Het gedeeltelijk verschroeide boompje werd naar buiten gebracht. Wat zwart was geworden, werd in het fornuis opgestookt. Het kindje Jezus, de schaapjes, herders en alle bewoners van de kerststal kwamen ongedeerd uit de brand. De kerststal werd weer zo goed als het ging opgebouwd. We hebben met kerkje spelen waarschijnlijk geen kaarsjes meer mogen gebruiken.