Het water komt, Elly Schouten-van de Mosselaar



Zaterdag 30 januari 1953 een échte winterdag!

Onophoudelijke regen valt uit een té grijze lucht. De wind loeit over ons dak en doet de bomen buigen om staande te blijven. Hun takken zwiepen door, tussen en tegen elkaar, sommige breken, krakend, van hun ‘stamboom’!

Dat onrustige geluid geeft mij een onheilspellend, onveilig, gevoel! De opmerkingen van de grote mensen doen er nog een schepje bovenop: “Er komt zwaar weer aan! Als de dijken het maar houden!” wordt alom gezegd en de watersnoodramp van 1925 zie ik, door hun verhalen, helemaal voor me. Ook zij zijn dus bang!

De volgende morgen 31 januari ga ik zoals iedere andere zondag naar de kerk in het kloosterkerkje van de Kapucijnen. In deze Heilige Mis wordt al gebeden en God dringend verzocht ons te sparen voor het water. Maar bij thuiskomst heeft hij dat gebed niet verhoord want via de radio, in het café, is het schokkende nieuws al naar ons onderweg.

Onze grote, hoge cafékachel snort er lustig op los! Die is lekker opgestookt want na de kerk komen op zondagmorgen veel dorpsbewoners hun wekelijkse bevindingen uitwisselen of een potje kaarten ‘om geld’. Terwijl ze de buitenkou mee naar binnen brengen, stampen ze met hun voeten op de deurmat om nattigheid en andere ongeregeldheden van hun zondagse schoenen te ‘trappen’. Bij herhaling: “Wat een weer” zeggend, …slaan ze met hun handen op hun eigen rug om zich alvast wat op te warmen voor ze de weldadige warmte van de caféruimte binnen stappen.

Onder het genot van een borreltje, pilsje of ‘tas’ koffie wordt er daarna wat af ‘geouwehoerd’, zoals papa dat altijd zo mooi op zijn eigen Brabants zegt. De zondagmorgen geeft mij het gevoel dat ik er al een beetje bij hoor! Ik krijg dan limonade en een kwatta en misschien vandaag wel iets extra’s omdat ik vrijdag jarig was?

Maar deze zondag is alles anders… De radio staat harder en het nieuws komt op een indringende manier bij ons binnen: “De dijken bij Vlissingen en Hoek van Holland zijn doorgebroken! Mensen zitten op daken, of worden net als hun koeien, paarden en huisdieren door het kolkende water meegesleurd!…” De sfeer is geladen, de spanning loopt op…grote mensen fluisteren zelfs tegen elkaar…misschien om mij te sparen? Er wordt van alles geopperd en verondersteld: “Moeten onze zonen, die ‘voor hun nummer’ in militaire dienst zitten, daar naartoe om te helpen? Zullen er mensen deze kant uit komen vluchten voor het water en onderdak zoeken? Wie heeft er dan plek? Hoe lang zal dit weer nog aanhouden?”

Ik zit in de vijfde klas en heb al enkele jaren aardrijkskunde. Dus als het nieuws bij ons binnenkomt dat Dordrecht, Zwijndrecht en een groot gedeelte van West-Brabant vandaag ook onder water zijn gelopen zie ik een verdrinkingsdood, ook voor ons, al aankomen! Dat is niet meer zo ver weg! Papa gaat iedere week naar de ‘Bossche Mert’ en op de kaart liggen die plaatsen niet zover van Den Bosch.

En niet voor niets hoor ik alle volwassenen, elkaar bezorgd aankijkend, zich afvragen of de rivierdijken het wel zullen houden! Zou ik nog banger kunnen worden?

De Maas ligt maar een klein stukje hier vandaan en de Waal en de Rijn stromen hier ook vlakbij!

“Het water komt!” wat ben ik bang!

Ik kan niet zwemmen!