De kermis, Anneke Arts

De derde week van september is het kermis in Groeningen, een dorpsgebeuren waar iedereen naar uitkijkt. De kermis begint op zondag en duurt tot woensdag. Bij ons thuis wordt voor de kermis alles extra mooi gemaakt. Poetsen, grieselen en schoffelen, in en om het huis moet alles er netjes uitzien. Familie wordt uitgenodigd om op bezoek te komen. Vaak komen ze op den eet. Emmers appels worden geschild voor de appelmoes, soms wordt er zelfs een klein varkentje geslacht. Er wordt lekker gekookt voor de hele familie. Mijn neefjes en nichtjes komen ook mee, dat is het leukste. Met z’n allen naar het kermisterrein. Er staat een mallemolen , de zweef en een keer zelfs de schommels, op een pleintje naast de kapel. De ooms trakteren op een ritje in de mallemolen en een kaneelstok voor thuis, dagen kun je daar van sabbelen. Het bovenste stukje van het papier eraf en de rest kun je vasthouden. Elke dag een stukje opsnoepen, een wedstrijdje maken wie er het langste met de kaneelstok doet. Gerrit Koenen zorgt dat er kermissnoep in zijn winkel is; kaneel en zuurstokken,kauwgomballen, snoeppapier en dropveters. Later komt er ook een snoepkraam op het kermisterrein. De mensen die de snoep verkopen staan hoog, in de kraam op wielen. Aan de voorkant is een luifel , daar kan de kraam mee open en dicht. Al het lekkers ligt achter de ronde glazen voorkant uitgestald. Met bovenop een soort schapje, daar kan ik mijn centen op leggen. Ik ben klein en kan daar amper bij. Ik heb een systeem om zolang mogelijk te genieten van mijn kermisgeld. Als de baas van de kraam bezig is, tik ik met mijn centen op het glas, ik wil wat kopen. Ben ik bijna aan de beurt dan ga ik weg, om hetzelfde spelletje opnieuw te doen als er weer andere klandizie is.

Als ik ouder word, ga ik ook graag naar het dansen kijken. Tussen de middag is het matinee. Wij hebben ‘s middags vrij van school en meestal ga ik niet eerst naar huis maar zoek meteen een plekje voor het raam bij Pietje Arts. De fietsen, waar de kermisgangers mee zijn gekomen, staan onder de ramen tegen de muur van de danszaal. Het zijn mooie verhogingen om op te staan. Zo kan ik naar de Groeningse jonge mannen en vrouwen kijken, die op de dansvloer bezig zijn. Met de neus tegen het raam kan ik er niet genoeg van krijgen, mooi vind ik het. En ik niet alleen want alle fietsen die uitzicht op de dansende paartjes geven zijn bezet. Er zitten wel eens stelletjes bij het raam in de zaal die geen pottenkijkers willen. Ze schuiven de gordijnen dicht. Anderen die het wel leuk vinden maken de beslagen ramen aan de binnenkant droog. Dan kunnen we alles beter zien. Bij Harrie Bardoel staat een danstent , daar wordt ook gedanst. Een tent heeft geen ramen dus daar mag je voor in de tent staan. Soms staat de tent vol met kinderen, dan moeten we eruit.

Later mag ik ook bij het matinee naar binnen. Met een beetje geluk is er iemand van de ouderen, die mij wat danspassen leert. De foxtrot, tango , losse polka prachtig allemaal. En dan eindelijk ga ik echt naar het matinee. Fijn gratis een paar uurtjes dansen. Jammer dat Ineke met de kermis naar school moet. Een keer komt ze in de pauze van school, samen met schoolvriendinnen, naar Pietje Arts. De dochter van de directeur is er ook bij. De volgende dag moet Ineke bij hem op het matje komen. Wat ze zich in haar hoofd haalt om naar zoiets verderfelijks als het kermisdansen te gaan. En nog klasgenoten meeslepen ook.

Bij de danstent en bij Pietje Arts staat ook nog een viskraam. Die is tussen de middag en ´s avonds open. Hier kun je haring met uitjes, gerookte paling of gebakken vis kopen. Zonder vis is kermisvieren niet kompleet. Als de viskraam open is kun je dat al van ver ruiken. Zo ruikt de kermis. Nog altijd denk ik aan de kermis als ik in de buurt van een viskraam kom.

Met de kermis wordt er door de mannen vaak stevig gedronken. Vader gaat bijna nooit naar het café, maar een keer komt het er toch van. Na een paar borrels weet hij dat het genoeg is. Daar bedenkt hij iets op, rondjes afslaan doen mannen niet. De cafétafeltjes hebben onder het tafelblad een vakje waar je de borrel stalt terwijl je kaart. Vader drinkt ijverig mee, lijkt het, maar de volle glaasjes verstopt hij in het vakje. Als hij naar huis gaat neemt een ander zijn plaats in, die vindt alle volle borrels onder het tafelblad. Vader wordt meteen als de dader ontmaskerd.