"Lam Gods", Elle Werners

Op een dag in het jaar 2000, precies weet ik het niet meer, ging de telefoon. Eugénie woonde toen al in Gees en zou samen met haar man naar Gent gaan i.v.m. de “Gilles de la Touret”-club van Herman.

Ze vroeg of ik mee wilde, en omdat het een lange reis was, verwachtte ze dan ook niet dat ik het zou doen. Ik vond het echter wel een leuk idee. Vooral omdat we dan weer eens een hele dag samen zouden zijn.

Ik schrijf dit verhaal 3 jaar na haar plotselinge dood in januari 2008. Na die dramatische val in het huis van haar zoon, waar zij net haar kleindochtertje naar bed had gebracht.Toen stortte ook mijn wereld in...

“Eens even bellen
fijn om haar stem te horen-
een maandje na haar dood.”

Deze dag staat scherp in mijn geheugen gegrift. Allereerst gingen wij op pad voor een lekker kopje koffie en een planning van de dag. Cappuccino moest het worden. Maar, niet wetende dat de Belgen dat niet kennen, kregen we grote kannen koffie met veel slagroom geserveerd. Bij de volgende poging weer, dat was lachen!

In een jolige stemming gingen we op zoek naar de beroemde musea van Gent. Het moderne kunst-paleis was gesloten wegens verbouwing. Het klassieke museum was wel geopend, en hoe! Eugénie en ik genoten volop van de prachtige grote tekening van James Ensor, voorstellende: “De intocht van Christus in Brussel.” Daarna kwamen we oog in oog te staan met een indrukwekkend schilderij van George Rouault. Dramatische zwarte lijnen, zo krachtig gepenseeld dat je er van schrok. Ik kon dat toen niet zo waarderen, maar Eugénie stond er in extase naar te kijken.“Dit vind ik nou echt prachtig”, zei ze en je zag haar genieten.

Na nog diverse cafeetjes en kroegjes te hebben bezocht gingen we op zoek naar het z.g. “Lam Gods”. Dit prachtige drieluik van de gebroeders Van Eyck moest zich hier ergens bevinden, maar waar? Na een eindeloze wandeling door de smalle straatjes van Gent stonden we plotseling voor een grote kerk. Er moest nog wel betaald worden en ze gingen al bijna sluiten!

Mijn zus en ik gingen wild-enthousiast naar binnen omdat het toch nog gelukt was. En ineens stond zij daar als een heel klein poppetje pal voor dat gigantische kunstwerk. Ik heb nog nooit iemand zo volledig op zien gaan in een schilderij als Eugénie op dat moment.

Heel veel later komt dat beeld me steeds weer voor de geest. Rond “het Lam” zie je namelijk de engelen, de heiligen, het landschap en de lucht als een groot paradijs. Steeds denk ik nu: "Als dat de plek is waar ze zich nu bevindt, wat zou dat heerlijk zijn...”

Elle