Een andere wereld, door Truus Pouëls

Toen ik naar de kweek zou gaan op de Rosastichting in Neerbosch, kregen mijn ouders een lijst van spullen die ze moesten aanschaffen. Terwijl ze weinig geld hadden, werd alles braaf gekocht of gemaakt. […]
Achteraf ben ik heel verwonderd over het feit dat mijn ouders zich zo braaf en lijdzaam aan die lijst hielden. Het was een lijst voor mensen die rijker waren.
Zo moest ik ook een peignoir hebben. Op de slaapzaal met open chambrettes moest je een peignoir aan als je naar de wc en de douche ging. We wisten amper wat een peignoir was! Er werd stof gekocht, donkergroen. Marietje Roelofs, de dorpsnaaister, naaide voor mij een peignoir.
Toen ik in de hoogste klas zat werd mijn moeder ernstig ziek. Mijn broer Antoon kwam de peignoir een keer op de kostschool halen. Mijn moeder had hem nodig in het Canisiusziekenhuis.
Door zo’n kostschool kom je in aanraking met een heel andere wereld. De kennismaking met die wereld begon met die lijst.